Tekst maat vergroten Tekst maat verkleinen Breng terug naar standaard maat
Het maag-darmstelsel

 

Er kunnen zich wel 200 verschillende aandoeningen aan het maag-, lever-, darmkanaal voordoen. Ons maag-darmstelsel heeft een enterisch zenuwstelsel, wat betekend dat het zonder de hulp van de hersenen taken uitvoert. De hersenen controleren alleen wat er boven en onderaan het spijsverteringssysteem plaatsvindt. Het totale spijsverteringskanaal (slokdarm, maag, lever, alvleesklier, de darmen en anus) heeft een lengte van ongeveer 9 meter.
 

11 liter

Elke dag stroomt er ongeveer 11 liter voedsel, vloeistoffen en spijsverteringssappen door het spijsverteringskanaal. Ons spijsverteringssysteem is uniek: het kan én vlees én groenten én granen verteren.

 

De maaltijd

Normaal doet een maaltijd er ongeveer 24 tot 30 uur over om er helemaal doorheen te komen. De langste tijd brengt het eten door in de dikke darm en de endeldarm. Bij de meeste mensen is een stevig ontbijt rond middernacht helemaal verteerd. Er is 50% meer tijd nodig om een avondmaaltijd te verteren dan een ontbijt. Deels omdat de snelheid van de motorische activiteit van het spijsverteringskanaal 's nachts ongeveer half zo hoog ligt als overdag.

 

Speeksel

Deze hele weg begint in de mond (cavum oris), daar wordt het voedsel fijngekauwd en vermengd met speeksel. In het speeksel zitten enzymen, die het voedsel helpen verteren. Speekselklieren produceren niet alleen speeksel als voedsel in de mond komt, maar ook als je voedsel ruikt of ziet, en zelfs als je eraan denkt. Per dag produceer je ongeveer 1200 ml speeksel. De samenstelling hangt af van het soort voedsel. Voor een goede spijsvertering zou je elke hap zo'n 40 keer moeten kauwen. Onze kaken oefenen bij het kauwen een druk uit op onze tanden van maar liefst 23 kilogram per vierkante centimeter. Gemiddeld kauwen we dagelijks een uur.

 

Slokdarm

Na het slikken, waarbij de neusholte wordt afgesloten door de huig en de luchtpijp door het strotklepje, komt het voedsel door de keelholte (farynx) in de slokdarm  (oesofagus), dat is een 25 cm lange elastische buis met een doorsnee van 2,5 cm. Qua vorm en functie is de slokdarm het meest eenvoudige deel van het maagdarmkanaal. De wand van de slokdarm bestaat voor een belangrijk deel uit spierweefsel dat de bewegingen van dit orgaan mogelijk maakt. De spieren zorgen voor samentrekkingen (contracties) welke ringvormige insnoeringen veroorzaken.

 

 

Razend snel

Het voedsel gaat razend snel door de slokdarm heen, met een snelheid van enkele centimeters per seconde, op weg naar de maag (ventriculus, gaster). Vanaf de slokdarm regelt het lichaam de spijsvertering zelf: je hoeft je er niet bewust mee bezig te houden. Door de peristaltische bewegingen van de slokdarm, kun je ook nog eten en drinken als je ligt, of zelfs als je op je hoofd staat.
 

De maag

De slokdarm komt bij de maagingang (pars cardiaca) de maag in. Naar boven toe welft zich de koepel van de maag (fundus gastricus). Hier verzamelen ingeslikte gassen zich. Het maagcorpus (corpus gastricum) gaat rechts beneden in de maaguitgang over (maagportier = pylorus). De delen van de maag gaan zonder bijzondere grenzen in elkaar over. Het bovenste deel van de maag, het maaglichaam (corpus), is het wijdst. Hier is het slijmvlies sterk geplooid. In het nauwere, onderste gedeelte van de maag (het maagantrum) is het slijmvlies glad.

 

Maagslijmvlies

De binnenkant van de maag is bekleed met een dikke slijmhuid, waarin de maagklieren ingebed liggen. De spierlaag van de maag bestaat uit glad en dwarsgestreept spierweefsel. Hiermee kan de maag zich vernauwen en verwijden en zo de peristaltische beweging van de slokdarm voor het transport van spijzen voortzetten. De maag wordt omgeven door het buikvlies. Door het buikvlies kan de maag zich in de buikholte bewegen, al naargelang de toename of afname van de omvang ervan, in verband met voedselopname. De maagwand bevat plooien in het bedekkende epitheel, de foveolae (gastric pits). (Bron tekst: Wikipedia)

 

Werking maag

Bij de overgang tussen de slokdarm en de maag zorgt een ronde kringspier (cardia sphincter) ervoor dat er geen voedsel en zuur maagsap terug de slokdarm instromen. Zodra er voedsel in de mond is, krijgt de maag via de hersenen een seintje dat er eten in aantocht is en begint zich meteen voor te bereiden door het aanmaken van maagsap. De maag is een gespierde zak met vouwen (rugea) die als voedselreservoir dient en kan 3 tot 4 liter vocht en voedsel bevatten. Zonder eten is de maag helemaal plat, met eten een soort omgekeerde peer. Hij ligt als een gekromde zak linksboven in de buikholte.

Opvangzak

Het bovenste deel van de maag fungeert als een opvangzak voor het voedsel. Tijdens het eten ontspannen de gladde spieren in de maagwand zich, zodat de maag als het ware geleidelijk uitzet. Dit proces wordt adaptieve relaxatie genoemd. Hierdoor neemt de druk in de maag nauwelijks toe, ook niet wanneer een grote maaltijd wordt genuttigd. Ook de adaptieve relaxatie wordt geregeld door de tiende hersenzenuw.

 

Maaguitgang

In het onderste gedeelte van de maag komen ringvormige samentrekkingen voor, die in de richting van de maaguitgang lopen. Deze peristaltische contracties verplaatsen het voedsel in de richting van de maagportier. Vlak voordat het voedsel daar echter is aangekomen, wordt de maagportier gesloten en de meeste voedselbrokjes worden teruggeworpen naar de hogere delen van de maag. Dit proces herhaalt zich net zolang totdat de voedselbrokjes zijn verkleind tot een afmeting van minder dan één mm. Dan kunnen ze, gemengd met het maagsap, als een soort pap de maagportier passeren. Dit gebeurt theelepelsgewijs. (mede mogelijk gemaakt van de bron: Spreekuur thuis)

 

De maag bestaat uit 2 delen

De maag bestaat uit 2 delen: in het bovenste gedeelte (het fundus gedeelte) vindt de zuur- en pepsineproductie plaats (pepsine is een eiwitsplitsend enzym, het breekt de eiwitten in het voedsel af). En in het onderste gedeelte (antrum) van de maag vormen bepaalde cellen het hormoon gastrine, dat het aanmaken van maagsappen stimuleert.

 

Wandcellen

De zoutzuurproducerende cellen in het maagslijmvlies zijn de zogenoemde wandcellen (pariëtale cellen). Deze bevinden zich in klierbuisjes die loodrecht op het oppervlak van het maagslijmvlies zijn gerangschikt. Een mens heeft gemiddeld een miljoen wandcellen.

 

Kneden

De maag breekt het voedsel af door het voortdurend te kneden en te vermengen met maagsappen, totdat het een dikke spijsbrij (chymus) is. De maag doet er ongeveer 3 tot 4 uur (ligt eraan hoe vet het eten is) over om een maaltijd volledig te verteren. Het maagzuur vernietigt ook de ziektekiemen: zelfs een stalen plaat brandt weg als je er maagzuur op zou gieten. Het zuur bestaat voornamelijk uit water met zoutzuur en enzymen. De aanmaak van maagsap is 's morgens het laagst en tussen 10 uur 's avond en half 2 's nachts het hoogst. Per dag produceert de maag anderhalf tot twee liter vocht. De zuurproductie wordt onder andere gereguleerd door de tiende hersenzenuw (de nervus vagus).

 

Bijtende sappen

Ruiken of proeven van eten, of zelfs eraan denken, stimuleert cellen in de maagwand al om zoutzuur af te scheiden. De maag zelf bevat slijm en carbonaten die hem beschermd tegen de bijtende sappen. Onder in de maag zit een portier (pylorus), die telkens kleine hoeveelheden van die brij doorlaat naar de 25 cm lange twaalfvingerige darm (zo wordt het eerste deel van de dunne darm (intestinum tenue) genoemd, ook wel duodenum). Het voedsel is dan al fijngemalen tot deeltjes van ongeveer 1 millimeter. In de twaalfvingerige darm komen ook de afvoerkanalen van de alvleesklier en de galblaas uit. Dat gebeurt via 1 gemeenschappelijke opening: de Papil van Vater.

 

De nuchtere darm

Met een scherpe knik gaat de twaalfvingerige darm over in het tweede gedeelte van de dunne darm: de zogenaamde nuchtere darm (jejunum), die circa 2 meter lang is. De nuchtere darm gaat tenslotte over in het laatste gedeelte van de dunne darm: de kronkeldarm (ileum), die ongeveer 3 meter beslaat. De meeste voedingsstoffen worden in de nuchtere darm opgenomen. Vitamine B12 kan alleen in de kronkeldarm worden opgenomen. Indien er een stuk darm wordt weggenomen, is de opname van voedingstoffen na een paar weken vaak weer hersteld, en anders moet dit worden aangevuld.

 

Dunne darm

In de dunne darm vindt het belangrijkste deel van de vertering van het voedsel plaats en van de opname van voedingsstoffen in het bloed, via de darmwand. Hiervoor produceert de darmwand zelf een groot aantal enzymen die onder andere voedingssuikers in kleinere bestanddelen splitsen. Voor een goede vertering is bovendien bijmenging van gal en alvleeskliersap nodig. De in de gal aanwezige stoffen zorgen ervoor dat vetten in zeer kleine bolletjes worden verdeeld.

 

Alvleesklier

De alvleesklier is het belangrijkste orgaan voor de spijsvertering. Het alvleeskliersap bevat een vetsplitsend enzym (lipase), een eiwitsplitsend enzym (trypsine) en een zetmeelsplitsend enzym (amylase). Deze enzymen zijn noodzakelijk voor een goede vertering. Deze 2,5 cm smalle darm ligt opgerold in de buikholte. Doordat de darm knedende bewegingen maakt, kunnen al deze voedingsstoffen door de darmwand heen in het bloed worden opgenomen (resorptie).

 

Peristaltische bewegingen

Deze peristaltische bewegingen duwen de spijsbrij (chyme) met een snelheid van meer dan een centimeter per seconde in ongeveer 4,5 uur door de dunne darm. Maar het kan ook een stuk korter duren, dat ligt aan het soort voedsel, maar ook dingen als stress (snellere passage) en lichamelijke inspanning (langzamere passage) hebben hier invloed op. Aan het einde van de dunne darm heeft de voeding zo'n 6 of 7 meter afgelegd en zijn vrijwel alle nuttige voedingsstoffen er wel uit. (mede mogelijk gemaakt van de bron: Spreekuur thuis)

 

Darmvlokken (Villi)

De binnenkant van de dunne darm is bekleed met darmvlokken (ook wel villi, borstelzoom), een soort uitstulpingen. De darmvlokken zorgen ervoor dat de oppervlakte waarmee de voedingsstoffen kunnen worden opgenomen sterk wordt vergroot. Ze zijn met het blote oog net zichtbaar; ze zijn ongeveer 1 mm lang. Per dag bereikt ongeveer anderhalf liter groenig gekleurd sap het einde van de dunne darm. De restproducten van het voedsel komen dan terecht in de 1,5 meter lange dikke darm (karteldarm, interstinum crassum ofwel colon), die als een soort omgekeerde “U” in de buikholte ligt.

 

 

Ligging dikke darm

De dikke darm onderscheidt zich van de dunne darm uitwendig doordat hij veel wijder is, op regelmatige afstanden uitzakkingen (haustra) met daartussen inzinkingen (plicae semilunares; embryonaal ontstaan door plooivorming in de wand) te zien geeft en drie overlangse spierbanden vertoont. De dikke darm loopt vanaf de blindedarm (caecum) rechtsonder in de buik, eerst recht omhoog (colon ascendens/ opstijgende darm) tot aan de lever.
 

S bocht

Daarna buigt de dikke darm scherp naar links en steekt dwars over (colon transversum/ dwarse darm). Onder de milt buigt hij weer naar beneden (colon descendens/ afdalende darm). Vervolgens maakt de dikke darm een s bocht naar voren (colon sigmoideum of kortweg het sigmoïd) waarna hij overgaat in de endeldarm (rectum).

 

Appendix

In de blinde darm bevinden zich 2 grote slijmvliesplooien (klep van Bauhini), die moeten voorkomen dat voedselresten terugvloeien naar de dunne darm. Onder aan de blinde darm bevind zich een wormvormig aanhangsel: de appendix vermiformis. Wanneer met spreekt van een 'blindedarmontsteking', is eigenlijk deze appendix ontstoken. De wand van de dikke darm bestaat, evenals de wand van de dunne darm, uit 3 lagen. Van buiten naar binnen: de dubbele spierlaag (een circulaire spierlaag, met daarbuiten in de lengterichting van de darm lopende spiervezels die zijn gerangschikt in drie evenwijdige longitudinale stroken van ongeveer 1 cm breed (taeniae coli).

 

Serosa

Buiten het spierweefsel bevindt zich een laag cellen (serosa) die tot het buikvlies worden gerekend. De wand van de dikke darm bevat klierweefsel en lymfatisch weefsel. Daarna komt de bindweefsellaag (submucosa) en de slijmvlieslaag (mucosa). Het slijmvlies van de dikke darm is wel geplooid, maar heeft geen vlokken. Het totale oppervlak van het dikke darmslijmvlies is dan ook veel kleiner (4m²) dan van de dunne darm (150-200m²). Helemaal uitgevouwen zou de gehele darmwand het oppervlakte hebben van een tennisveld.

 

 

De dikke darm

De belangrijkste taak van de dikke darm is om vocht (per dag zo'n 1,5 liter) en zouten uit de ontlasting te halen en weer op te nemen in het lichaam. Hierdoor wordt de ontlasting ingedikt en wordt het omgezet in een vorm die het lichaam gemakkelijk kan kwijtraken. Ook worden hier restanten van agressieve spijsverteringssappen geneutraliseerd. De dikke darm produceert slijm dat fungeert als smeermiddel. In de dikke darm komen grote hoeveelheden darmbacteriën voor, wel ongeveer 100 biljoen (een 1 met 14 nullen) en meer dan 400 soorten. 100 miljoen per vierkante millimeter. Als tegenstelling: in de dunne darm 100 miljoen per vierkante millimeter.

 

Darmbacteriën

Als we alle bacteriën in één lijn leggen, kunnen ze 2 keer de wereld rond! We hebben 10 keer meer darmbacteriën dan cellen in ons lichaam. Deze bacteriën worden de darmflora genoemd. Bij elkaar wegen ze rond de 1,5 kilo. De darmflora bestaat uit nuttige en schadelijke bacteriën. Bij een gezonde darmflora zijn deze bacteriën met elkaar in evenwicht. De darmflora zorgt voor gisting en rotting van de darminhoud, waarbij stoffen vrijkomen die de bewegingen van de dikke darm stimuleren. Ook beschermt een gezonde darmflora ons tegen infecties. Samen met onder andere de maag en de huid, vormen de darmbacteriën een soort schild tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Als de schadelijke bacteriën de overhand krijgen, kunnen we ziek worden. Iedereen ontwikkeld zijn eigen, unieke flora, als een soort vingerafdruk.

 

Bewegingen dikke darm

De dikke darm (colon) is gekenmerkt door zijn haustraties. Dit zijn plooien die de darm langs de buitenzijde om de paar centimeter lijkt in te snoeren. De haustrale contracties zijn langzame bewegingen en duren 1 minuut, en gebeuren om de 30 minuten. Op de afbeeldingen hieronder zie je hoe de ontlasting (Latijns: faeces) in de dikke darm wordt gevormd. Menging van de dikke-darminhoud vindt plaats door lokale samentrekkingen van de circulaire spierlaag (peristaltiek). Op het eerste plaatje zie je segmentatiebewegingen. De ontlasting wordt ongeveer elk half uur gekneed door deze bewegingen (massale coloncontracties, veroorzaakt door samentrekking van de longitudinale taeniae coli). Hierbij wordt de ontlasting niet verder naar de anus gestuwd.

 

Propulsie

Op het middelste plaatje zie je voortstuwende samentrekkingen. Door golfwijzende samentrekkingen en segmentatiebewegingen wordt de ontlasting naar de endeldarm gestuwd (propulsie). Op het laatste plaatje zie je massabewegingen. Deze vinden plaats na de maaltijd in de dikke darm. Hierbij wordt een deel van de ontlasting naar het onderste deel van de S-vormige dikke darm en de endeldarm geduwd. Haustrale contracties zorgen dat de darminhoud heen en weer beweegt, zodat niet alleen de buitenkant van de ontlasting ontwatert, maar ook de binnenkant.

 

 

Endeldarm

Aan het einde van de dikke darm bevindt zich een 12 cm lange tijdelijke opslagplaats (endeldarm of rectum) waar de ontlasting wordt verzameld en doorgevoerd naar de anus. De 4 cm lange anus is de afsluiting van de endeldarm. De huid van en rond de anus is evenals de lippen zeer dicht bezet met gevoelszenuwen. Deze opening wordt afgesloten door niet één, maar twee krachtige kringspieren: de binnenste (interne sfincter) en de buitenste sluitspier (externe sfincter). De binnenste sluitspier is een onwillekeurige kringspier, hij bestaat uit spiercellen die niet onder invloed van de bewuste wil samentrekken. De buitenste sluitspier is een willekeurige kringspier en bestaat dus uit spiercellen die wel onder invloed van de bewuste wil samentrekken. Samen vormen ze een zeer krachtige poort die de endeldarm kan openen en afsluiten.

 

                                                                                Aandrang

Naarmate de endeldarm gevuld raakt, drukt de ontlasting steeds meer tegen de binnenste sluitspier van de anus. Als gevolg van de prikkeling begint deze sluitspier zich te ontspannen. Tegelijkertijd spant de buitenste sluitspier zich juist strak aan. Dit ontspannen en aanspannen gebeurt automatisch en wordt dan ook de 'onvrijwillige reflex' van de anus genoemd.

 

Reflex

Deze reflex veroorzaakt een gevoel van aandrang om naar het toilet te gaan: het lichaam vindt het tijd om de ontlasting uit te scheiden. De anus is echter nog steeds gesloten: de onvrijwillige reflex leidt er niet toe dat de anus zich automatisch opent, zelfs niet bij zeer sterke aandrang. We kunnen de buitenste sluitspier onder eigen invloed ontspannen. De reflex voor het legen van de endeldarm is dus onder invloed van jouw wil.

 

Het eindresultaat

De ontlasting die bij de defecatie (fecaliën is Latijns voor drek) uit het lichaam worden verwijderd (poepen) bestaan uit de volgende bestanddelen: als hoofdbestanddeel voedselresten (onverteerbare vezels, o.a. cellulose, afkomstig van plantaardig voedsel), water, slijm, flinke hoeveelheid bacteriën die hun grip op de dikke darm zijn kwijtgeraakt, afgestoten darmwandcellen, enige vetten, gassen, galkleurstoffen, zouten (o.a. calciumzouten, fosfaten en ijzer) en zo'n 1200 verschillende soorten virussen.

 

Ontlasting

Ontlasting heeft een bruine kleur door de gal wat er nog in zit, als dat gal ontbreekt krijgt je ontlasting een witte stopverf kleur. De stank komt van skatole, een bijproduct bij afbraak van het aminozuur tryptofaan. Bij een dieet met weinig vezels produceer je ongeveer 100 gram poep per dag, bij een dieet rijk aan fruit, groente en granen ongeveer 350 gram. Als gevolg van het spijsverteringsproces produceren de darmen gassen (flatus). Dagelijks produceren we ongeveer 0,5 tot 1,2 liter gas welke voor 80% via het bloed en longen worden uitgeademd. De rest verlaat het lichaam via de anus al dan niet met geluid, dit komt neer op ongeveer 15 windjes (flatulentie) per dag, gemiddeld eens per uur. Deze wind bestaat uit kooldioxyde, waterstof, stikstof en methaan.

 

Zo'n 200 aandoeningen

Zoals je hebt kunnen lezen is ons spijsverteringsstelsel een complex gebeuren. Het is dus geen wonder dat er weleens iets misgaat. Er zijn zo'n 200 aandoeningen die alles in de war kunnen schoppen, van onschuldige kwalen als een aambei, tot ernstigere dingen als ontstekingen en kanker.



Laatst aangepast op dinsdag 12 november 2013 14:12