Tekst maat vergroten Tekst maat verkleinen Breng terug naar standaard maat
Maagaandoeningen
Inhoudsopgave
Maagaandoeningen
Reflux
Barrett-slokdarm
Maagzweer
Syndroom van Zollinger-Ellison
Functionele dyspepsie (overgevoelige maag)
Verminderde maagmotoriek (gastroparese)
Dumpingsyndroom
C.I.I.P
Maagkanker
Alle pagina's

 

Op deze pagina's vind je allerlei maagaandoeningen verzameld. Niet alle maagklachten worden veroorzaakt door de maag zelf. Naburige organen kunnen maagklachten veroorzaken waardoor het lijkt alsof er iets mis is met de maag.

 

Bijvoorbeeld:

  • galstenen,
  • alvleesklierontsteking,
  • alvleesklierkanker,
  • obstipatie (bijvoorbeeld als gevolg van STC),
  • het prikkelbare darm syndroom (irritable bowel syndrome),
  • dikke-darmkanker
  • en verwijding (aneurysma) van de aorta.

 

Dikke darm soms boosdoener

De meest voorkomende oorzaken van klachten die niet direct van de maag komen zijn toch wel obstipatie en het prikkelbare darm syndroom. De dikke darm loopt ook door de bovenbuik en alleen al daardoor is het begrijpelijk dat problemen aan deze darm maagklachten kunnen veroorzaken. Verder is bekend dat een vertraagde passage door de dikke darm reflexmatig ook de passage door de maag kan vertragen, je zou het filevorming kunnen noemen. Ook zijn er bepaalde aandoeningen elders in het lichaam die ervoor kunnen zorgen dat er (soms tijdelijk) geen voeding door het maag-darmkanaal vervoerd mogen of kunnen worden.

 

 


 

Veel maagklachten ontstaan door het terugstromen van de maaginhoud, meestal maagzuur, in de slokdarm (oesofagus). Dit wordt reflux (ook wel -oesofageale refluxziekte) genoemd. In de volksmond wordt meestal de naam ‘brandend maagzuur’ gebruikt. Iedereen heeft reflux, vaak merk je hier niets van, maar wanneer dit zich zeer vaak en in zeer grote hoeveelheden voordoet, veroorzaakt de reflux een ontsteking van de slokdarm (oesofagitis). De slokdarm heeft namelijk niet zoals de maag een dikke, beschermende slijmlaag, waardoor er beschadigingen door het maagzuur kunnen ontstaan. (Bron afbeelding: Maagproblemen.info)

Symptomen

Je kunt last krijgen van symptomen als oprispingen, het gevoel van “zuur” dat terugkomt naar de mond (regurgitatie), een pijn branderig gevoel achter het borstbeen, boeren, moeite met slikken en een brok in de keel (globusgevoel). De ontstekingen in de slokdarm kunnen leiden tot verlittekening en vernauwing (stenose). In bepaalde gevallen is de reflux zo erg dat zij symptomen veroorzaakt zoals ademhalingsmoeilijkheden, hoestbuien (maagastma), astma, irritaties ter hoogte van de keel en de mond en een slecht gebit.

 

Oorzaken

Oorzaken van reflux kunnen zijn dat de kringspier van de slokdarm (cardia sphincter) niet goed meer werkt. Vaak is de oorzaak van het disfunctioneren van de kringspier onbekend, maar wel is er bekend dat de sluitspier kan verslappen door roken, ouderdom en het (overmatig) gebruik van alcohol, chocola en pepermunt. Daarnaast kan door een verhoogde druk in de buik het maagzuur terugstromen, bijvoorbeeld bij overgewicht, zwangerschap of verstopping in de darm.

Middenrifsbreuk

Ook kan reflux ontstaan door een middenrifsbreuk. Officieel wordt de naam ‘middenrifsbreuk’ (Latijn: hernia diafragmatica) alleen gebruikt als de aandoening aangeboren is. Als de diagnose op latere leeftijd wordt gesteld wordt het een ‘hiatus hernia’ genoemd. In het middenrif (een spierplaat die de borstholte scheidt van de buikholte) zit een smalle opening, waar de slokdarm doorheen loopt. Als de opening te wijd is geworden, kan een deel van het bovenste gedeelte van de maag in de borstholte terechtkomen (sliding hernia). Ten slotte kunnen er klachten van brandend maagzuur ontstaan bij een vertraagde maagontlediging. (Bron afbeelding: Spreekuur Thuis)

 



Bij de Barrett-slokdarm is de slokdarmbekleding (het slijmvlies) in het onderste deel van de slokdarm veranderd. Dit kan gebeuren bij mensen bij wie de slokdarm jarenlang (chronisch) teveel wordt blootgesteld aan zure reflux. Ongeveer één op de tien mensen met refluxklachten ontwikkelt daadwerkelijk een Barrett slokdarm. Bij een Barrett-slokdarm is het slijmvlies in plaats van wit, zalmroze geworden (cilinderepitheel). (Bron afbeelding: Barrett.nl)

Diverse gradaties

Mensen met een Barrett-slokdarm hebben een heel licht verhoogde kans (minder dan 5%) op slokdarmkanker (adenocarcinoom). Onrustige cellen (dysplasie) worden gezien als een voorstadium van kanker. Er zijn diverse gradaties van deze aandoening, gebaseerd op de ernst van de weefselverandering. Afhankelijk van deze gradatie zal je arts je behandelen met maagzuurremmers en regelmatig controle door middel van een maagonderzoek (gastroscopie) waarbij er weefselhapjes (biopten) worden genomen voor onderzoek.

 


 

De naam ‘maagzweer’ wordt zowel gebruikt voor een zweer in de maag (ulcus ventriculi) als voor een zweer in de twaalfvingerige darm (ulcus duodeni). Zweren in de slokdarm zijn vrij zeldzaam en meestal het gevolg van een maagbreuk of slokdarmontsteking. Een maagzweer ontstaat doordat maagzuur het slijmvlies van de maag heeft aangetast. Door de inwerking van zuur kan er in de maagwand, die uit 3 lagen bestaat, een rond of ovaal gat ontstaan.

 

Gat in slijmvlieslaag

Door het gat in de slijmvlieslaag liggen de zenuwen in de bindweefsellaag ’open en bloot’. Als het zure maagsap met deze zenuwen in contact komt, veroorzaakt dit hevige pijn. Een zweer kan ontstaan als de balans tussen zuur en slijmproductie is verstoord. Bij mannen komt een maagzweer twee keer zo vaak voor als bij vrouwen. (Bron afbeelding: Spreekuur Thuis)

 

 

Helicobacter pylori

Deze verstoorde balans kan allerlei oorzaken hebben. Vroeger, in de jaren '80, dachten ze dat de oorzaak lag bij stress en teveel maagzuur. Gelukkig kwamen twee Australische onderzoekers in 1982 achter de belangrijkste oorzaak: de bacterie 'Helicobacter pylori' (spiraalvormige bacterie van de maagportier), welke als één van de weinige bacteriën in de zure maag kan overleven. Dat maakt ook dat deze bacterie weinig concurrentie heeft. Ongeveer één op de vijf mensen die besmet zijn met de bacterie krijgt een maagzweer. De bacterie lijkt volgens de laatste gangbare inzichten ook een verhoogde kans te geven op maagkanker.

 

Andere oorzaken

Maar ook kan de oorzaak van een maagzweer liggen in het gebruik van bloedverdunners (acetylsalicylzuur), aspirine en NSAID's (Non Steroidal Anti-Inflammatory Drugs zoals Ibuprofen, Naproxen of Diclofenac), welke het maagslijmvlies kunnen irriteren en daardoor kwetsbaar maken. Roken en alcoholgebruik werken ook risicoverhogend, ze stimuleren de aanmaak van maagzuur en irriteren het maagslijmvlies.

 

Hoe vaak komt het voor?

Maagzweren komen veel voor: in Nederland heeft één op de vijf mensen met maagklachten een maagzweer. Een zweer in de twaalfvingerige darm komt drie- tot vijfmaal vaker voor dan een zweer in de maag. Een zweer in de maag geeft meestal hevige pijn vlak na het eten en een zweer in de twaalfvingerige darm veroorzaakt met name pijn op een lege maag en ’s nachts (ook wel 'hongerpijn'). Soms kan een maagzweer een maagbloeding veroorzaken, wat zich uit door het opgeven van bloed of door zwarte, teerachtige ontlasting.

 

Behandeling

De behandeling bij een maagzweer is maagzuurremmers, indien er sprake is van de bacterie Helicobacter pylori wordt deze ook bestreden met een combinatie van twee verschillende antibiotica.

 


 

Het syndroom van Zollinger-Ellison is een zeer zeldzame en ernstige aandoening waarbij de maagwand, darmwand of de alvleesklier te veel van het hormoon gastrine aanmaakt. Dit hormoon stimuleert de maagwand om een overvloed aan maagzuur aan te maken dan normaal is. De verschijnselen hiervan zijn maag- en darmzweren, diarree, brandend maagzuur, slokdarmontsteking en nierstenen. Ook kunnen tumoren ontstaan in de maag en alvleesklier.

 

Tumor(en) als oorzaak

Een tumor kan ook juist de oorzaak zijn van dit syndroom, vaak tumoren in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier (gastrinomen, bij 90%). Bij 10% zitten de tumor(en) ergens anders, in de twaalfvingerige darm of maag. De tumoren zorgen voor een overmaat van het hormoon gastrine, waardoor de maag meer maagzuur gaat produceren dan normaal.

 

Behandeling

Vaak wordt ervoor gekozen om de tumor(en) operatief te verwijderen om zo ook uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam te voorkomen. Geneesmiddelen als maagzuurremmers in hoge dosering zijn doeltreffend om de maagzuurproductie bij dit syndroom te remmen.

 


 

Functionele dyspepsie (of niet-ulcereuze/idiopathische) ofwel overgevoelige maag is een chronische ziekte. De naam functionele wordt gebruikt voor aanhoudende of telkens terugkerende maagklachten zonder dat er na uitgebreid onderzoek een organische of biochemische oorzaak/afwijking in het spijsverteringskanaal wordt gevonden. Dyspepsie betekent letterlijk: een verstoorde spijsvertering in het bovenste deel van het spijsverteringskanaal (dus de slokdarm, maag en/of dunne darm).

 

Organische dyspepsie

Deze aandoening heet organische dyspepsie indien de oorzaak wel bekend is (bij 50% is het wel bekend). Bij een gevoelige maag heb je een verhoogde gevoeligheid voor prikkels vanuit het maag-darmkanaal.

 

PDS

Het prikkelbare darm-syndroom behoort ook tot de functionele buikklachten. De meest kenmerkende symptomen hierbij zijn darmproblemen, maar maagklachten kunnen ook voorkomen (bij 30%). 



Mogelijke oorzaak

Er is wel een mogelijke oorzaak te benoemen. Vaak een combinatie van factoren zoals een doorgemaakte infectie van het maag-darmkanaal, het voedingspatroon, psychische klachten en een verstoorde beweging van de maag.

 

Verstoorde beweging van de maag

Normaal past de maag zich na een maaltijd aan door te ontspannen, waardoor er meer ruimte in de maag komt voor het voedsel. Bij deze aandoening blijkt na onderzoek met een ballon dat er of overgevoeligheid is voor het uitzetten van de maagwand na een maaltijd, of dat de maagwand niet genoeg uitzet bij vulling. Het is niet duidelijk of deze aandoening te maken heeft met een verhoogde gevoeligheid van de zenuwen in de maagwand zelf of op een versterkte waarneming van de in de hersenen aangekomen prikkels vanuit de maag.

 

Is de maag ook vertraagd?

Een vertraagde maaglediging en functionele dyspepsie hoeven niet samen te gaan; de helft van deze mensen hebben ook last van een vertraagde lediging (hypomotiliteit). De klachten bij functionele dyspepsie kunnen zijn: een vol en opgezet gevoel na een maaltijd, boeren en oprispingen, weinig kunnen eten per maaltijd, pijn in de bovenbuik, misselijkheid en soms zelfs braken.

 


 

Een verminderde werking van de maag is iets wat veel voorkomt. Bij 40% van de mensen met maagklachten zonder maagzweer of reflux werd een vertraagde maagontlediging gevonden (soms ook wel luie/trage maag genoemd). Deze vertraagde of verminderde werking kan verschillende oorzaken hebben.

 

Oorzaken

Een oorzaak kan zijn de filevorming aan het begin beschreven, ontstaan doordat de dikke en/of dunne darm ook traag werken en de boel ophoudt. Hierdoor wordt ook de maag beïnvloed. Een andere oorzaak kan een vernauwing in maag (uitgang) of twaalfvingerige darm zijn. Deze vernauwing kan ontstaan door een (goed- of kwaadaardige) tumor of na genezing van een maagzweer waarbij het littekenweefsel zorgt voor een vernauwing (pylorusstenose).

 

Meest voorkomende oorzaak

De meest voorkomende oorzaak is wel een verminderde werking van de maagmotoriek (bewegingen). De maagspier trekt te weinig of te onregelmatig samen waardoor het voedsel langer in de maag blijft dan normaal. Helaas wordt hierbij vaak geen oorzaak gevonden. Soms kunnen kalmerende medicijnen (tranquillizers), anti-Parkinsonmiddelen en sommige middelen tegen hoge bloeddruk leiden tot een verslechtering van de maagontlediging. En de oorsprong kan in andere ziekten liggen, zoals een sterk verslechterde nierfunctie, vertraagde schildklierwerking, enzovoort.

 

Maagverlamming

Een ernstig verminderde maagmotoriek heet een maagverlamming (gastroparese/maagatonie). Dit is een ernstig vertraagde maaglediging waarbij de maag vast voedsel niet of vertraagd doorgeeft aan de dunne darm, zonder dat er sprake is van mechanische obstructie. Deze aandoening treedt op als de kringspier van de maag is beschadigd of de spieren van de maag en darmen niet goed werken. Het eten beweegt zich niet of heel langzaam door het spijsverteringskanaal. Klachten hierbij kunnen zijn: een vol gevoel, maagzuur, overgeven (zelfs nog uren na de maaltijd) en snel vol zitten.

 

Oorzaken maagverlamming

Er zijn verschillende oorzaken mogelijk, zoals diabetes, een virusinfectie (zoals het cytomegalovirus, Epstein-Barr en herpes varicella-zoster waardoor er een virale zenuwbeschadiging van de spieren van de maag), nierfalen, aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel, Collageen vasculaire ziekten (ziekte van het bindweefsel, zoals systemische lupus erythematosus, sclerodermie en amyloidose), of na een operatie waarbij de nervus vagus beschadigd is geraakt (bijvoorbeeld bij een long- of hartlongtransplantatie of verschillende soorten maagoperaties, zoals een vagatomie).

 

Ideopatisch

De meest voorkomende vorm van een maagverlamming is "ideopatische gastroparese", wat betekent dat de oorzaak na onderzoek niet kan worden gevonden. Een vertraagde maagontlediging kan ook voorkomen bij functionele dyspepsie (overgevoelige maag).

 

Behandeling

Een vertraagde maagontlediging kan behandeld worden met medicatie (prokinetica) die de werking van de spieren in de maag stimuleren, die zorgen voor de doorstroming van het voedsel. Indien dit onvoldoende helpt, kan sondevoeding nodig zijn en soms een operatie, zoals een maagstimulator.

 


 

Het dumpingsyndroom is een te snelle maaglediging waarbij de bolus (voedselmassa) onvoldoende bewerkt in de dunne darm terecht komt ("dumpen"). Door het verdwijnen van de reservoirfunctie van de maag komt het voedsel te snel in de dunne darm terecht. Er zijn twee soorten dumpingklachten:

 

Vroege dumping

Vroege dumpingklachten, deze klachten ontwikkelen zich in het eerste uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat voedsel in te grote brokken in de dunne darm terechtkomt, doordat de maag het voedsel niet goed fijnmaalt. Ook een slecht werkende sluitspier van de maag (sfincter/portier) kan de oorzaak zijn van deze klachten. Het probleem bij vroege dumping is dat het voedsel in de dunne darm enorm veel vocht onttrekt (osmotische reactie). Hierdoor kan er onder andere diarree, een vol gevoel, misselijkheid en buikpijn ontstaan. Ook daalt de bloeddruk, doordat er zoveel vocht wordt onttrokken aan de bloedvaten. Dit veroorzaakt hartkloppingen, duizelingen en een suf gevoel.

 

Late dumping

Late dumpingklachten ontwikkelen zich zo’n anderhalf tot twee uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat de dunne darm nog niet klaar is voor de voedselbrij die vanuit de maag komt. De voedselbrokken zijn te groot en komen niet goed voorbereid in de darm dan normaal. De benodigde spijsverteringssappen zijn dan nog niet voldoende in de dunne darm aangekomen. De suikers in de voeding worden te snel opgenomen en stimuleren de productie van insuline. Deze situatie lijkt op een suikertekort bij mensen met diabetes (reactieve hypoglycemie). Je kunt hierbij onder andere last krijgen van zweten, trillen, duizelig, hartkloppingen, gapen en soms flauwvallen.

 

Vroege en late dumping gecombineerd

Sommige mensen hebben last van beide klachtenpatronen, maar ze kunnen ook los van elkaar voorkomen. Vroege dumping of een combinatie van vroege en late dumping komt het meest voor. Late dumping alleen komt niet vaak voor. De klachten ontstaan in een aanval na de maaltijd van vaak een half uur tot een uur.

 

Oorzaak?

Het dumpingsyndroom kan het gevolg zijn van een operatie waarbij de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd (maagresectie, operatieve maagverkleining of gastric bypass). Soms ontstaan de klachten als gevolg van een beschadiging van een zenuw die de maag aanstuurt (nervus vagus). Ongeveer 1% van de mensen met het dumpingsyndroom heeft geen maagoperatie ondergaan. Dumpingklachten zijn bij deze groep mensen dus heel erg zeldzaam en de oorzaak van de klachten is bij hen vaak onduidelijk.

 

 


 

C.I.I.P. (ciip) betekent voluit: Chronische Idiopathische Intestinale Pseudo-obstructie. Het is een bewegingsstoornis van het maag-darmkanaal door een onbekende oorzaak (idiopathisch betekend onbekend). Indien de oorzaak van deze klachten wel bekend is spreekt met van C.I.P. (cip). Het kan in het gehele spijsverteringskanaal voorkomen, vanaf de slokdarm tot en met de endeldarm (van mond tot kont). Bij C.I.I.P. vallen langzaam het spierweefsel of de zenuwcellen van het maag-darmkanaal uit. Door deze beschadigingen maakt de darm steeds minder peristaltisch bewegingen en hoopt de ontlasting zich op. Hetzelfde probleem geldt voor de maag, slokdarm etc.

 

Ileus zonder mechanische afsluiting

De term Intestinale Pseudo-obstructie geeft aan dat er bij deze aandoening klachten en symptomen kunnen ontstaan zoals bij een ileus (obstructie/verstopping), alleen is er geen sprake van een mechanische afsluiting (een obstakel die de doorgang belemmert). Het is een redelijke onbekende en niet veel voorkomende aandoening en kan op elke leeftijd voorkomen. Het komt in bepaalde families iets vaker voor dan normaal, waardoor het vermoeden bestaat dat erfelijkheid hierin een rol speelt. In 1995 kwam deze aandoening ongeveer twaalf keer in Nederland voor, en zo'n duizend keer in de gehele wereld.

 

Diagnose prikkelbare darm

Omdat deze ziekte tegenwoordig steeds vaker wordt herkend, zal dit cijfer in de toekomst stijgen. Doordat de verschijnselen die je in het begin hebt erg lijken op andere darmziekten, wordt er regelmatig de diagnose prikkelbare darm opgeplakt. Deze ziekte begint vaak met klachten als erge buikpijn, misselijk en overgeven. Helaas worden de klachten uiteindelijk erger dan bij het prikkelbare darmsyndroom.

 

Geen genezing mogelijk

C.I.I.P. is een ziekte die niet te genezen valt. Er bestaan medicijnen (pro-kinetica), die de voortgang van deze ziekte vertraagt. Soms kan er parenterale voeding nodig zijn. In uiterste gevallen wordt er wel eens een dunne darmtransplantatie gedaan, maar dat is een zeer zware en niet altijd succesvolle operatie. Op dit moment behartigt het UMC Utrecht de belangen van de meeste mensen met C.I.I.P.

 

 

 


 

Maagkanker (carcinoma ventriculi) is een gevreesde aandoening omdat de tumor vaak laat wordt ontdekt en in een vroeg stadium kan uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam, waaronder de lever en galwegen. In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 2.000 mensen maagkanker vastgesteld, ruim 4,5 procent van alle nieuwe gevallen van kanker. Wat vergeleken bij de rest van de EU landen een betrekkelijk laag aantal is. Maagkanker komt veel voor in Azië, waar 70 op de 100.000 mensen aan de aandoening lijden, waarschijnlijk vanwege hun voedingspatroon. Maagkanker komt gelukkig bij ons steeds minder voor, in West-Europa is dit ongeveer 15 op de 100.000 mensen. Dit heeft naast de veranderde voedingsgewoontes te maken met onder andere de ontdekking van de Helicobacter pylori bacterie.

 

Verschillende soorten tumoren

Het merendeel van de mensen die maagkanker krijgen is ouder dan 50 jaar (in ca. 75% van de gevallen) en bij mannen en mensen met bloedgroep A komt het vaker voor. Er bestaan verschillende soorten tumoren van de maag. De verschillende vormen van maagkanker worden ingedeeld naargelang van het weefsel waar ze ontstaan. Adenocarcinomas - de meest voorkomende vorm van maagkanker - (in circa 95% van alle vormen) ontstaat in het slijmvlies van de maag. Lymphomas ontwikkelt zich via de lymphocyten, bloedcellen die verband houden met ons immuunsysteem. Sarcomas (leiomyosarcomen) vertrekt dan weer vanuit de spieren, het vet of de aders van de maag.

 

Risicofactoren

Er zijn enkele bekende risicofactoren waarbij de kans op maagkanker groter is. De eerste symptomen van deze vorm van kanker zijn vaak mild, en kunnen ook voorkomen zonder dat er kanker in de maag aanwezig is. Vandaar ook dat het vaak (te) laat wordt ontdekt. Bij ongeveer 1-5 % van de mensen die maagkanker krijgen is de aandoening ontstaan door erfelijke aanleg. Bijvoorbeeld bij het Lynch syndroom (voorheen HNPCC), het Peutz-Jeghers Syndroom en Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) kan onder andere maagkanker ontstaan. Een erfelijke aandoening waarbij maagkanker op de voorgrond staat is het erfelijke diffuse maagkanker. Een groot verschil met niet erfelijke vormen van maagkanker is dat de erfelijke vormen meestal voor het 50ste levensjaar ontstaan.

 

Hoe ontstaat kanker?

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle vormen van kanker is een ongeremde celdeling. Miljarden cellen vormen de bouwstenen van ons lichaam. Veel cellen hebben het vermogen tot celdeling: uit 1 cel ontstaan 2 nieuwe cellen, die zich op hun beurt ook weer delen, enzovoort. Celdeling is noodzakelijk om te groeien en om beschadigde en oude cellen te vervangen. Lichaamscellen kunnen door allerlei invloeden beschadigd raken. Vaak kan de schade weer worden hersteld, maar een cel kan ook onherstelbaar beschadigd raken. De beschadiging kan leiden tot een aantal veranderingen in de genen. Hierdoor raken de groei, de deling en de ontwikkeling van de cel ontregelt. Er ontstaat een ongeremde celdeling die leidt tot een gezwel of tumor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren en alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

 

Laatst aangepast op dinsdag 12 november 2013 16:32
 

Poll


Wat is de oorzaak van jouw maagklachten?

Wat is de oorzaak/ diagnose van jouw maagklachten?