Tekst maat vergroten Tekst maat verkleinen Breng terug naar standaard maat
Onderzoeken maag&darm
Inhoudsopgave
Onderzoeken maag&darm
Laboratoriumonderzoek
Röntgenonderzoek
Endoscopisch onderzoek
Metingen
Radioactief
Alle pagina's

 

Voordat er een diagnose kan worden gesteld, moet je soms heel wat onderzoeken in het ziekenhuis ondergaan. Op de volgende pagina's zijn zoveel mogelijk onderzoeken verzameld met betrekking tot maag en darmen en die je kunt krijgen bij ernstige maagklachten. Voor meer onderzoeken met betrekking tot het maag-darmkanaal verwijzen we je door naar de website van Stomaatje.

 

Klinisch onderzoek

Er volgt eerst een gesprek met de arts waarin hij probeert het klachtenpatroon zo volledig mogelijk te leren kennen, deze methode wordt de anamnese genoemd. Eén van de eerste onderzoeken die je kunt krijgen is het lichamelijk onderzoek (klinisch onderzoek). Door het kijken, voelen, beluisteren en bekloppen van de buik en borst kan de arts veel te weten komen over de toestand van organen als het hart, de longen, de lever, de maag, de alvleesklier en de dikke darm.

 


 

Vaak kan er veel worden vastgesteld door onderzoek van het bloed, urine, ontlasting en andere afscheidingsproducten van het lichaam. Al deze onderzoeken die de oorzaak en omvang van een ziekte helpen vaststellen, worden laboratoriumonderzoeken genoemd. Deze laboratoriumonderzoeken kunnen worden verdeeld in drie hoofdgroepen: Klinisch chemisch onderzoek, Microbiologisch onderzoek en Pathologisch anatomisch onderzoek.

 

Klinisch chemisch onderzoek

Bij klinisch chemisch onderzoek worden bloed en andere lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten zoals urine, ontlasting, sputum (slijm uit de longen), wondvocht of ruggenmergvloeistof (liquor) onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen. Er wordt onderzocht of de waarden afwijken van de normaalwaarden (dit is uitslag van het onderzoek bij een gezond persoon). Afwijkingen van de normaalwaarde (te hoog of te laag) kunnen een aanwijzing geven over welke aandoening daarvan de oorzaak is. Bij maagklachten zal er bijvoorbeeld in de ontlasting worden gekeken naar bloedsporen en bij bloedonderzoek wordt er vooral gekeken naar bloedarmoede, leverfunctiestoornissen, en op afwijkingen van de alvleesklier.

 

Onderzoek ontlasting

Ontlasting kan worden onderzocht op verscheidene ziekten en infecties. De aanwezigheid van vet in de ontlasting (steatorrhoea) duidt op een aandoening van de lever, de galblaas of de alvleesklier. De aanwezigheid van een kleine hoeveelheid bloed (occult bloed, hemocult = een test om microscopische hoeveelheid bloed in de ontlasting op te sporen) kan soms op een beginstadium van darmkanker wijzen of bijvoorbeeld een maagzweer.

 

Microbiologie

Microbiologie is de studie van de micro-organismen, dat zijn minuscule levende organismen die ziekte veroorzaken bij mensen. Je hebt verschillende typen micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels. Bij microbiologische onderzoeken worden lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten onderzocht op de aanwezigheid daarvan.

 

Pathologisch anatomisch onderzoek

Bij pathologisch anatomisch onderzoek worden cellen (cytologie) en weefsels (histologie) onderzocht op ziekteverschijnselen. Deels gebeurt dit met het blote oog (macroscopisch) maar het grootste gedeelte van dit soort onderzoek wordt met behulp van een microscoop gedaan. Door middel van speciale kleuringen en andere technieken worden de celstructuren zichtbaar gemaakt. Op deze wijze kunnen normale, gezonde cellen worden onderscheiden van afwijkende, zieke cellen. Pathologische anatomie wordt vaak gebruikt bij onderzoek en behandeling van kanker, maar er kunnen ook vele andere ziekten mee worden onderzocht. Het materiaal voor dit onderzoek wordt verkregen door een uitstrijkje, punctie (met behulp van een naald worden cellen of vloeistoffen opgezogen), biopt (hierbij wordt een stukje weefsel weggenomen) of bij een operatie.

 


 

Een veel voorkomend onderzoek is het röntgenonderzoek. Bij het maken van röntgenfoto's worden stralen vanuit een stralenbron door het lichaam van een patiënt heen op een fotografische plaat of televisiescherm geprojecteerd. Botten houden de stralen tegen en geven dus schaduwen. De foto's zien eruit als een fotonegatief. Om op een foto de darmen of blaas zichtbaar te krijgen, wordt vaak een contrastmiddel toegepast. Dat is een middel dat net als de botten de stralen niet of veel minder laat doordringen tot op de fotografische plaat of het televisiescherm. De contrastvloeistof verlaat het lichaam weer met de ontlasting of urine.

 

Buikoverzichtsfoto

Je hebt verschillende soorten röntgenonderzoeken. Allereerst de buikoverzichtsfoto. Dit is een röntgenfoto van de gehele buik, waarbij geen contrastvloeistof gebruikt wordt. Wanneer er bijvoorbeeld spraken is van ernstige verstopping, is op de foto de stapeling van grote hoeveelheden ontlasting zichtbaar. Een onderzoek waarbij ze de buikoverzichtsfoto gebruiken is de Pellet-passagetest. Je moet dan korreltjes of ringetjes slikken, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn, zodat het transport van voedsel door het darmkanaal kan worden gevolgd. Daarna worden er een aantal dagen achter elkaar röntgenfoto's gemaakt, zodat te zien is waar de ringetjes zich in het darmkanaal bevinden. Zijn er bijvoorbeeld na 4 dagen nog steeds ringetjes zichtbaar dan is er sprake van verstopping.

 

Dunne-darmfoto

Je hebt ook röntgenonderzoeken waarbij er een specifiek onderdeel wordt gefotografeerd. Bijvoorbeeld bij een dunne-darmfoto. Hierbij moet je dunne darm leeg zijn, dit gebeurd door een te volgen dieet in combinatie met laxerende medicatie. Je krijgt contrastvloeistof toegediend door middel van een slangetje door je neus of mond via de maag waarna je in verschillende posities onder het röntgenapparaat moet gaan liggen. Ook heb je een maagfoto, waarbij je een hoeveelheid bariumpap te drinken krijgt. Er wordt ook vaak na de bariumpap nog een bruisend middel gegeven. Door dit middel wordt de maag met gas gevuld, waardoor betere foto's kunnen worden gemaakt.

 

Speciale techniek dunne-darmfoto

Enteroclysis, dit is een speciale techniek om dunne-darmfoto’s te maken waarbij het contrastmiddel via een slangetje in de mond of neusgat wordt ingespoten in plaats van ingeslikt. De dunne darm wordt gevuld met een verdunde bariumpap langs een duodenaalsonde (soort maagsonde geplaatst tot in de dunne darm). Zonder slangetje moet de pap worden opgedronken (± 1 liter) en komt eerst in de maag. Het zal 3 tot 6 uur duren voordat het laatste gedeelte van de dunne darm wordt bereikt. Via het slangetje loopt de pap direct in de dunne darm en komt niet eerst in de maag. Via een pompje, dat aangesloten wordt op het slangetje, loopt de pap met een bepaalde snelheid in de dunne darm. Tijdens het inlopen van de pap worden er verschillende foto’s gemaakt. Om sommige gedeelten van de dunne darm beter te kunnen bekijken, worden er foto’s gemaakt, waarbij er voorzichtig op je buik wordt gedrukt.

 

CT-scan

Naast de röntgentechniek is er nog een andere beeldvormende techniek: de CT-scan (Computertomografie) en de MRI (Magnetic Resonance Imaging). Op een CT-scan blijven botstructuren als op gewone Röntgenfoto's heel goed te zien, maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook enigszins zichtbaar. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is van het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Je moet daarvoor onbeweeglijk op een soort matras liggen, terwijl het lichaamsdeel waar het om gaat in de opening ligt van de scanner. De CT-scanner is een soort ring waar het te scannen lichaamsdeel "plakje voor plakje" doorgeschoven wordt, waardoor je een dwarsdoorsnede van het lichaam krijgt.

 

Spiraal-CT-scan

Een nieuwe ontwikkeling is de Spiraal-CT-scan. Deze nieuwe techniek is sneller en op de foto's is meer te zien dan bij een gewone CT-scan. Bij de spiraal-CT-scan wordt niet plakje voor plakje gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de Röntgenbron. Er kunnen in zeer korte tijd heel dunne dwarsdoorsneden worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

 

MRI-scan

Bij de MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging), ook wel magneetscan genoemd, worden eveneens doorsneden gemaakt door het lichaam heen, in drie dimensies. Je komt in een lange tunnel te liggen die een sterke magneet bevat, waarbij het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt. Hierdoor gaan in het weefsel de wateratomen zich als miniatuurmagneetjes gedragen. Ook worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie uitgezonden als een signaal. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan). Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan.

 

MRA

Een MRI-onderzoek duurt 20 minuten tot ongeveer een uur. Vaak kun je er naar muziek luisteren en je eigen CD meenemen. Mensen met een pacemaker kunnen dit onderzoek niet ondergaan, omdat de pacemaker dan ontregeld raakt door het magneetveld. Om bloedvaten of tumoren nog beter te kunnen zien, wordt ook wel gebruik gemaakt van Magnetic Resonance Angiography (MRA). Deze techniek werkt hetzelfde als bij MRI, alleen wordt er vooraf contrastvloeistof (gadolinium) ingespoten.

 


 

Endoscopie ('endo' betekent 'van binnen' en 'scoop' betekent 'kijker') is het bekijken van inwendige organen met behulp van een endoscoop die via natuurlijke lichaamsopeningen ingebracht wordt. Een endoscoop is een flexibele (=buigzame) buis en heeft aan de punt een klein cameraatje en een lampje, waardoor het onderzoek op een televisiescherm te volgen is.

 

Biopt

Door de flexibele buis kan de arts instrumenten schuiven, waarmee bijvoorbeeld een klein 'hapje' (biopt) uit het slijmvlies kan worden weggenomen. Het biopt kan vervolgens verder worden onderzocht op afwijkingen. Zo'n biopsie doet geen pijn, omdat de meeste inwendige organen geen pijnvezels hebben. Al naar gelang het orgaan dat van binnen wordt bekeken, wordt een andere naam gebruikt. We bespreken hier vooral de onderzoeken die betrekking hebben op de maag.

 

Gastroscopie

Allereerst de gastroscopie; hierbij bekijkt de arts de binnenkant van je maag, de slokdarm en het eerste deel van de twaalfvingerige darm (duodenum). Je maag moet bij dit onderzoek leeg zijn. Eerst krijg je een drankje dat schuimvorming in de maag tegengaat. Schuimvorming is een normale reactie van de maag op een vreemd voorwerp. Bij dit onderzoek kun je door middel van een spray met een bittere smaak (xylocaine) een verdoving in de keel krijgen om de neiging van kokhalzen tegen te gaan, of eventueel een roesje. Er wordt een ring tussen je kaken geplaatst ter bescherming van je gebit en de gastroscoop en daarna wordt de 1 cm dikke gastroscoop door de slokdarm naar de maag geschoven.

 

 

 

Lucht

Ook bij dit onderzoek wordt er wat lucht ingeblazen om de maagwand beter te kunnen bekijken. Je kunt tijdens het onderzoek net zo makkelijk ademen als anders. Tijdens het onderzoek kunnen door de endoscoop heen instrumenten ingebracht worden om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor verder onderzoek (biopt), om bloedingen te stelpen, om poliepen te verwijderen of om vernauwingen te verbreden. Het onderzoek duurt ongeveer 10 minuten.

 

Oesofage en duodeno

Je hebt ook nog een oesofagescopie, dit is het bekijken van de binnenkant van de slokdarm. En een duodenoscopie, dit is het bekijken van de binnenzijde van de twaalfvingerige darm.

 

Endo-echografie

Met endo-echografie is het mogelijk de slokdarm, de maag, de alvleesklier, de twaalfvingerige darm en de endeldarm gedetailleerd in kaart te brengen. Bij endo-echografie zijn de beelden veel scherper dan bijvoorbeeld die van een CT-scan. Bij dit onderzoek wordt een endoscoop met daaraan een echografie-apparaatje ingebracht. Er wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven, die door verschillende weefsels in en rond de buik op een andere manier worden weerkaatst. Van deze teruggekaatste golven kan op een monitor een beeld gevormd worden. Er bestaan twee soorten echo-endoscopieën. Er is de echo-endoscopie die via de mond wordt uitgevoerd. Deze manier gebruikt de arts om slokdarm, maag of alvleesklier te onderzoeken. Daarnaast bestaat er een echo-endoscopie die via de anus plaatsvindt. De arts kan dan de anus, endeldarm en/of dikke darm inspecteren.

 

Dubbel ballon-endoscopie

Een redelijk nieuwe variant is de dubbel ballon-endoscopie of 'push and pull endoscopy', wat een grote doorbraak is voor aandoeningen aan de dunne darm. Bij de dubbel ballon-endoscoop wordt gewerkt met een twee meter lange, zeer flexibele endoscoop. Deze is, in tegenstelling tot andere scopen, wél in staat de vele bochten van de dunne darm te passeren. Aan het puntje van de scoop zitten twee ballonnetjes. Ieder balonnetje is van buitenaf te bedienen. Eerst wordt de scoop via de mond ingebracht, waarna hij zijn weg vervolgt via de slokdarm en maag naar de dunne darm. De ballonnetjes klemmen zich vast en laten weer los doordat ze om en om met een beetje lucht worden gevuld of worden laten leeggelopen. Door het gebruik van deze ballonnen kan de dunne darm voor het eerst volledig met een scoop worden bekeken. Een arts kan zo de hele darm in 10 tot 15 stappen bereiken.

 

Minder belastend

Deze vorm van endoscopie biedt behandelingmogelijkheden als: poliepsnaring, injectietherapie en dichtbranden (coagulatiebehandeling). Ook is deze techniek veel minder belastend en pijnlijk voor de patiënt doordat de scoop zich met een trekkende beweging zich in het maagdarmstelsel voortbeweegt in plaats van een duwende beweging, zoals bij andere scopen het geval is. Het onderzoek is wel duurder dan de traditionele endoscopie. Dit komt doordat het medische materiaal slechts 1 keer gebruikt kan worden en door de hogere aanschafprijs van de nieuwe scoop. (Bron afbeelding: Onis)

 

Endomicroscoop

Ook nieuw is de endomicroscoop, die in Frankrijk de prestigieuze onderscheiding voor 'Beste medische toepassing technologie in 2007' heeft gewonnen. Door een endoscoop en een microscoop met elkaar te combineren kan het beeld van de darmwand 1000 keer worden vergroot, hoeven in de toekomst minder weefselbiopten genomen te worden en kan de arts samen met de patholoog ter plekke een diagnose stellen. Endomicroscopie is een samentrekking van twee woorden: endoscopie (inwendig kijken met behulp van een glasvezelkabel) en microscopie (weefsel in de diepte op celstructuren en details onderzoeken).

 

Geen biopt meer nodig

De gouden standaard op dit moment is dat uit elk verdacht plekje in de darm een biopt wordt genomen en dat de patholoog dit onderzoekt. Met de komst van de nieuwe endomicroscoop gaat dit veranderen. Hiermee kunnen de artsen tijdens het onderzoek, met behulp van een contrastvloeistof en tot een diepte van 0,25 tot 0,50 mm, zien of cellen goedaardig of kwaadaardig zijn.

 

Grote winst

Onderzoek met de endomicroscoop is met name van belang voor het vroegtijdig opsporen van kleine afwijkingen (poliepen) en voor patiënten met een chronische darmontsteking. Dat is de grote winst van het apparaat: ter plekke kan al een diagnose worden gesteld. Het heeft dus niet alleen tot gevolg dat men minder biopten neemt, maar ook gerichter -tot op de cel- biopten kan kiezen en voorleggen aan de patholoog. De Endomicroscoop zal worden ingezet bij patiëntengroepen met een hoog risico op het ontwikkelen van darmkanker, zoals mensen met veel poliepen en patiënten met erfelijke darmtumoren. De ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa komen voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking en zorgen voor een ernstige beperking in het dagelijks functioneren.

 

De camerapil

Je merkt dat er veel ontwikkeling is op dit gebied. Zo zijn onderzoekers aan de TU Delft bezig met een robotslak, wat zelfstandig door het darmkanaal glijdt. Iets wat al in gebruik is, is de camerapil. De Israëlische geheime dienst ontwikkelde hem voor spionagedoeleinden, maar nu wordt de pil vooral in ziekenhuizen gebruikt. Deze pil is net iets groter dan een antibioticapil (weegt 4 gram en is 11 bij 26 millimeter) en in de pil zit een piepklein cameraatje dat 360 graden in beeld kan brengen (in de nieuwste zitten er zelfs 2). Ook bevat het een lichtbron, 2 batterijtjes en een zendertje.

 

De pil

Hier zie je hoe de camerapil eruit ziet; de gele wordt gebruikt voor dunnedarmonderzoek en de witte is specifiek ontworpen om de binnenvoering van de slokdarm te bekijken. De camerapil is een uitkomst bij dunnedarmonderzoek want om de hele dunne darm te bekijken, was voorheen een kijkoperatie nodig waarbij je helemaal onder narcose ging. Wel kan met endoscopisch onderzoek het onderste stuk (door de anus) of bovenste stuk (door de mond) van de dunne darm worden bekeken. (Bron afbeelding: Given Imaging (producent van de camerapil)

 

2 foto's per seconde

Je krijgt 3 sensoren (plakkertjes) op je borst geplakt die weer zijn verbonden met een datarecorder die aan een riem wordt gedragen, deze datarecorder registreert de hele reis. Als de pil doorgeslikt is beweegt hij dankzij de natuurlijke samentrekkingen (peristaltiek) van de darmen vooruit. De pil maakt 2 foto's per seconde, uiteindelijk 60.000 opnamen (8 uur, zo lang werken de batterijtjes ongeveer). Je voelt niks van het voortbewegen van de camera en hij verlaat het lichaam via de ontlasting.

 

Aanvullend

De camerapil moet je (nog) wel zien als een aanvullend onderzoek. Bij dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld geen hapjes worden genomen van het darmweefsel, de beeldkwaliteit van de camerapil is minder dan die van een gastroscoop, de camerapil is erg duur (circa 550 euro per stuk) en voor onderzoek van de maag is de belichting van de pil onvoldoende. De dikke darm kan niet worden onderzocht, omdat de batterijtjes zijn uitgewerkt als de pil daar aankomt. Uit een studie blijkt dat 40 tot 50% van de afwijkingen die deze camerapil "ziet", niet zouden zijn gevonden via de oudere methoden als een coloscopie. Het onderzoek wordt steeds regelmatiger in verschillende ziekenhuizen uitgevoerd.

 


 

Drukmeting

Een 24 uurs ambulante drukmeting is een drukmeting van je maag en het eerste deel van je dunne darm (ambulante antroduodenale manometrie). Hierbij wordt er een dun slangetje (katheter) via de neus tot in de maag gebracht. Als het puntje van de katheter zich in de maag bevindt wordt met behulp van röntgenstralen de katheter tot in de dunne darm gebracht. Hierna wordt de katheter gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje die je om je hals krijgt. Zoals de naam al zegt blijft de katheter 24 uur zitten. Je hoeft niet in het ziekenhuis te verblijven maar kunt dit onderzoek thuis verder ondergaan. Je mag eten en drinken tijdens de meting en moet een soort dagboek bijhouden.

 

Manometrie

Je hebt ook een manometrie van de slokdarm (slokdarmdrukmeting). Het doel van dit onderzoek is om een indruk te krijgen van de spierbewegingen in de slokdarm en de werking van de kringspier op de overgang van slokdarm naar maag. Er wordt via de neus een dun slangetje (=sonde) tot in de maag gebracht. Eventueel kan de neus worden verdoofd met een spray. Als het slangetje in de maag ligt, wordt het centimeter voor centimeter teruggetrokken. Tijdens het gehele onderzoek wordt de spierdruk gemeten. Het onderzoek duurt 30 à 40 minuten.

 

Zuurgraadmeting

In combinatie met een slokdarmdrukmeting wordt vaak een zuurgraadmeting (24 uurs PH-meting) van de maag gedaan. Er wordt een dun slangetje via de neus tot in de slokdarm gebracht. Het slangetje komt vijf centimeter boven de maagingang te liggen. Nadat het slangetje is ingebracht, wordt het gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje. Je draagt dit kastje in een tasje om je hals of schouder en kunt hier gewoon mee naar huis en normaal eten en drinken.

 

Maagbarostat

Een onderzoek naar de beweging van de maag is de maagbarostat. De maagwand zet uit na de inname van voedsel. Normaal past de maag zich aan na een maaltijd door te ontspannen. Hierdoor komt er meer ruimte in de maag voor voedsel zonder dat er klachten optreden. Met een maagbarostat wordt onderzocht of de maagwand wel voldoende kan uitzetten zonder overgevoeligheid en of de maag zich wel voldoende ontspant bij de inname van voedsel.

 

Dun slangetje

Hierbij wordt een dun slangetje met daaraan een lege ballon via de mond in de maag gebracht. Je keel wordt verdoofd met een spray om het kokhalzen tegen te gaan. Eerst wordt de ballon stapsgewijs opgeblazen. Tijdens het opblazen moet je aangeven wat je voelt aan de hand van een scorelijst. Daarna krijg je een vloeibare maaltijd waarna gedurende 1 uur gemeten wordt in welke mate de maag zich ontspant als reactie op deze maaltijd.

 

Capsule

Een zuurgraadmeting van de maag met behulp van een capsule. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen of maagzuur van de maag naar de slokdarm terugstroomt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een capsule zo groot als de dop van een pen, die de zuurgraad kan meten en registreren in een apparaat. Die capsule wordt met behulp van een catheter in de maag gebracht.

 

Slokdarm

Nadat je keel verdoofd is, moet je het slangetje met daaraan de capsule doorslikken. De capsule wordt in de slokdarm aan de wand vastgemaakt, dit doet geen pijn. Je krijgt een klein kastje dat de informatie van de capsule opslaat, het kastje is zo groot als een walkman en draag je tijdens de gehele meting bij je (48 uur). Enkele dagen na het inbrengen van de capsule raakt hij vanzelf los van de slokdarmwand. Via het darmstelsel en de ontlasting verlaat de capsule je lichaam.

 

Ademtest

De ademtest, hiervan bestaan verschillende soorten. Het principe is dat er een bepaalde stof wordt ingenomen en naar gelang een goede of foute werking van het maagdarmstelsel wordt de stof ofwel opgenomen in het lichaam, ofwel via de longen weer uitgeademd. Door het meten van de stof in de uitgeademde lucht kan duidelijk worden of er bijvoorbeeld sprake is van een versnelde darmpassage, bacteriële overgroei in de dunne darm of lactose-intolerantie. Voordat je de stof inneemt moet je blazen in een buisje. Na het eerste ademmonster krijg je de stof te drinken/eten. Vervolgens wordt er maximaal 4 uur met regelmaat een ademmonster genomen.

 


 

Isotopen

Een isotopen onderzoek. Isotopen zijn stoffen die gedurende een beperkte tijd radioactieve stralen uitzenden. Deze stralen kunnen ze met een camera opvangen en in het lichaam lokaliseren. Bij chronische darmziekten gebruiken ze vooral de witte bloedcellen scan als isotopenonderzoek. Er wordt eerst een kleine hoeveelheid bloed afgenomen. Daarna wordt er buiten het lichaam aan de witte bloedcellen een licht radioactieve stof (isotoop) vastgehecht. Dan wordt het afgenomen bloed via een infuus weer terug in het lichaam gebracht.

 

Camera

De witte bloedcellen die met een isotoop zijn gemarkeerd gaan bij voorkeur naar plaatsen in het lichaam waar zich ontstekingen bevinden. Dit wordt door middel van een camera geregistreerd zodat ze bijvoorbeeld bij colitis ulcerosa kunnen zien hoeveel dikke darm er ontstoken is en hoe ernstig de ontsteking is. Het onderzoek duurt ruim een halve dag en is niet pijnlijk.

 

Maagledigings-onderzoek

Maagledigings-onderzoek (Scintigrafie). Bij dit onderzoek wordt de snelheid gemeten waarmee voedsel in de maag wordt verwerkt en daarna uitgescheiden naar de darmen. Je krijgt een proefmaaltijd te eten (bijvoorbeeld gebakken ei of pannenkoek) en die maaltijd bevat een kleine hoeveelheid radioactieve deeltjes. Daarna wordt de maaltijd door een gammacamera, die tegen de buik wordt gehouden, op een beeldscherm gevolgd en worden er continu foto’s gemaakt. Dit gebeurt in een half liggende houding waarbij het erg belangrijk is dat je zo stil mogelijk ligt. Dit onderzoek duurt ongeveer 2 uur.

 

Laatst aangepast op dinsdag 12 november 2013 16:26
 

Poll


Heb je al veel onderzoeken achter de rug voor je maag?

Heb je al veel onderzoeken achter de rug voor je maag?